14 juli 2018 – C’est une pancréatite

Vandaag 1 jaar geleden. 14 juli 2018. Perpignan. Spoedgevallen, ergens rond half één s’ nachts. Op de tv in op de spoedafdeling speelt de live-uitzending van de optredens in Parijs. Maar het gaat aan mij voorbij. Ik heb er een hel van een dag opzitten. “C’est une pancreatite”, hoor ik de dokteres van wacht zeggen tegen mijn moeder. Ikzelf lig doodmoe, uitgeteld van af te zien, op een ziekenhuisbed te wachten. “Il doit resté ici”. Het einde van een dag onzekerheid. Wat zeg ik, het einde van bijna 3 jaar onzekerheid. Een ding is zeker: vakantie over en out.

Het is Quatorze Juillet in Frankrijk. De Rode Duivels hebben hun kleine finale tegen Engeland gewonnen. Die match is volledig aan mij voorbij gegaan. Het fluitsignaal waarmee de scheidsrechter de WK-droom van België compleet maakte, was voor mijn pancreas het signaal om opnieuw van zich te laten voelen. En dit keer was het hem menens.

Achteraf bekeken had ik al bijna 3 jaar last van prancreasontstekingen. Alleen ik wist het niet. En ook de specialisten in het ziekenhuis wisten het niet. Zo’n ontsteking veroorzaakt een enorme druk op je longen en hart omdat de ontstoken pancreas je middenrif naar omhoog duwt en je ademhaling in het nauw duwt. Je wordt kortademig en het is precies of je borstkas wordt geklemd in een bankschroef. Pijnlijk, heel pijnlijk. Ik kreeg die aanvallen meestal in het weekend. Meestal ook nadat ik goed gegeten had. Maar daar besteedde geen enkele arts aandacht aan. Ik was bang dat ik verwittigingen aan mijn hart kreeg en ik werd vermoeider met de dag. Ik deed niets dan slapen in het weekend. Toen al signalen dat ik op een burn-out afstevende.

De week voor we met vakantie naar het zuiden vertrokken heb ik 3 aanvallen gehad. De eerste maandagnacht, na de match van de Rode Duivels. Waarna ik op dinsdagochtend als eerste bij de huisdokter binnenging met de melding: “Ik heb weer zo’n stress-aanval gehad”. Ik stak het op de stress omdat alle specialisten me verzekerd hadden: “Het is van de stress, meneer”. Mijn nieuwe huisdokter wist niet beter, want ze kende heel mijn dossier nog niet. Ze maande me aan om het nu enkele weken echt kalm aan te doen. Nog voor ik die dag naar de huisdokter ging passeerde ik langs mijn kinesiste. Alles zat precies vast, alles deed zeer. Zij masseerde alles weer los en toen ik haar vertelde van die aanvallen, vroeg ze me of ik soms galstenen had. Ik wist toen nog niet dat ze gelijk zou krijgen.

De tweede aanval kwam onderweg. Opnieuw na de Rode Duivels, dit keer de match tegen Brazilië. Ik had niets zwaars gegeten. Maar toch kwam de ontsteking opnieuw opzetten. Heel de nacht niet geslapen. Doodmoe de reis verder gezet. De eerste week van de vakantie door gesparteld als slapend. Na de halve finale tegen Frankrijk kreeg ik s’nachts weer wat last, maar ze kwam er niet door. En dan kwam het echte pancreasoffensief na de match tegen Engeland.

Die 14de juli werd dus alles plotsklaps duidelijk. Het was niet mijn hart dat mij verwittigde, zoals ik eerst dacht. De cardioloog had me dit ook eerder al verzekerd. Het waren ook mijn longen niet, volgens de pneumoloog. En ook dat alarmerend hoge ijzergehalte in mijn bloed was niet kwaadaardig en dus ook niet verantwoordelijk voor mijn zware oververmoeidheid. Het was mijn pancreas die me de voorbije 3 jaar langzaam aan leegzoog. Een trage maar zeer efficiënte uitputtingslag. En ik capituleerde die 14de juli. Want dit keer ging de ontsteking niet van zelf weg.

Heel mijn spijsvertering werd aangestoken door mijn pancreas. Ik kon niets meer binnenhouden. Een slok water ging naar binnen en kwam er linea recta weer uit. De pijn werd erger en erger. Waanzinnig makende pijn. Je wilt op dat moment maar één ding: je kop tegen de muur slaan, het bewustzijn verliezen om zo niets meer te moeten voelen. Ik zat op mijn knieën. Letterlijk. “Doe mij naar de spoed”. Na bijna 5 uur, veel wachten en vooral veel afzien kreeg ik eindelijk pijnstillers. Mijn moeder is wel eerst de spoed moeten binnen vliegen om eens duchtig van haar oren te maken. Ik had mijn iphone niet mee en kon dus geen smsje sturen naar de andere kant van de ingang.

Na middernacht kwam dan het verdikt en moest ik blijven. Ik werd naar een kamer gereden en mocht daar dan nog, zo suf als een geslagen hond kan zijn, vragen beginnen beantwoorden: naam, geboortedatum, gewicht, …. Hoe ik er dat allemaal heb uitgebrabbeld in het Frans dan nog, ik weet het niet meer. Ik ben als een blok in slaap gevallen.

Toen ik ’s anderendaags hoorde hoe een pancreasontsteking veroorzaakt wordt, moest ik terugdenken aan mijn kinésiste: galgruis of galstenen. Die blokkeren de doorgang tussen gal en pancreas en dan begint die pancreas van zijn horen te maken. Dat was het dus al al die jaren. Alleen had niemand op de MRI’s en echo’s in België gezien dat ik met galgruis zat. Twee weken en heel wat gezever met de verzekering later, lag ik in Halle in het ziekenhuis. 12 kilogram lichter. Klaar voor mijn eerste operatie ooit. Mijn galblaas ging eruit en ik werd op een streng dieet gezet.

Het herstel kon beginnen. Het duurder 2 maanden en ik begon opnieuw te werken. Véél te vroeg zou later blijken. Heel véél te vroeg.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.